Contact:

CBS De Wynroas

Voorweg 23

9113 PA Wouterswoude

(0511) 421013

protocol_toelating_schorsing_en_verwijdering.doc

 

 

 

 

 

 

 

PROTOCOL

 

 

 

 

 

 

 

TOELATING

SCHORSING

VERWIJDERING

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inhoudsopgave

 

pagina paragraaf Onderwerp
3 0 Protocol toelating, schorsing, verwijdering van leerlingen
4 1 Toelating- vooraf
  1.1 Uitgangspunten
5 1.2 Stappenplan ‘Toelating-algemeen’
6 1.3 Stappenplan ‘Toelating leerlingen met een L.G.F.-indicatie’
7 1.4 Stappenplan ‘Weigering’
  1.4.1 Algemeen
  1.4.2 Het stappenplan
8 1.5 Dossiervorming
  1.5.1 Algemeen
  1.5.2 De leerlingvolgkaart
9 1.6 Stappenplan ‘Time-out’
  1.6.1 Algemeen
  1.6.2 Het stappenplan
11 1.7 Stappenplan ‘Schorsing’
  1.7.1 Algemeen
  1.7.2 De stappen in een procedure ‘schorsing’
  1.7.3 Bij bezwaar
13 1.8 Stappenplan ‘Verwijdering’
  1.8.1 Algemeen
  1.8.2 De stappen
  1.8.3 Uitvoering van een besluit tot verwijdering
  1.8.4 Overige berichtgeving
15 1.9 Bijlage
16 1.9.1 Begrippen
18 1.9.2 L.G.F.
  1.9.2.1 Algemeen
  1.9.2.2 Stappenplan L.G.F.
19 1.9.3 Algemene maatregelen
20 1.9.4 Toelichting bij stappenplan ‘Toelichting- algemeen’
  1.9.4.1 Aanmelding
  1.9.4.2 Rondleiding
  1.9.4.3 Doorverwijzing
  1.9.4.4 Weigering
  1.9.4.5 Bezwaar
22 1.9.5 Rechtsgang
22 1.9.6 Formulier ‘aanmelding’
23 1.9.7 Formulier ‘Leerlingvolgkaart’
24 1.9.8 Formulier ‘Time-out’

 

0.
Protocol toelating, schorsing en verwijdering van leerlingen

 

Met betrekking tot bovengenoemd beleid, onderscheiden we de volgende stappen

 

1. Toelating

Stappenplan ‘Toelating- algemeen’
Stappenplan ‘Toelating leerling met LGF-indicatie’
Stappenplan ‘Weigering’

 

2. Dossiervorming

 

3. Time-out

 

4. Schorsing

 

5. Verwijdering

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 ‘Toelating’ vooraf

 

1.1 Uitgangspunten

 

In beginsel zijn alle leerlingen die worden aangemeld, van harte welkom om bij één van de zeventien scholen die de Vereniging voor Protestants Christelijk Basisonderwijs (hierna PCBO-Dongeradeel) rijk is, onderwijs te volgen. De beslissing over toelating, doorverwijzing en weigering berust formeel bij het bevoegd gezag. Zij heeft dit echter binnen het directiestatuut gemandateerd aan de bovenschoolse directie. In de praktijk wordt de beslissing over toelating en doorverwijzing onder verantwoording van de bovenschoolse directie genomen door de directeur van de school waar de leerling wordt aangemeld, terwijl de beslissing tot schorsing of weigering- ondersteund door het schriftelijk gemotiveerd advies van de directeur- wordt genomen door de bovenschoolse directie. Dit wordt gedaan namens het bestuur.

 

In beginsel zijn alle leerlingen op de scholen van de vereniging welkom indien:

 

• Ouders de grondslag van de vereniging- hetgeen ook de basis vormt voor het onderwijs aan leerlingen- respecteren.

 

• Ouders akkoord gaan met de deelname van hun kind aan alle voor het kind bestemde onderwijsactiviteiten waaronder we in dit geval expliciet godsdienstige vorming en vieringen binnen school- en verenigingsverband willen benoemen*.

 

• Het kind kan functioneren binnen het pedagogisch klimaat van de school.

 

• Redelijkerwijs verwacht kan worden dat het kind het onderwijs zowel cognitief als sociaal- emotioneel op de betreffende school kan volgen

 

De toelating kan nimmer afhankelijk zijn van de geldelijke bijdrage van ouders.

 

De directeur neemt in normale gevallen uiterlijk binnen twee weken na het toelatingsgesprek een beslissing omtrent toelating. Bij leerlingen met een LGF-indicatie zal besluitvorming langer kunnen duren, omdat deze afhankelijk is van de mogelijkheden van de ontvangende school en de advisering in deze door deskundigen. De directeur stelt de bovenschools directeur op de hoogte van het verzoek tot aanmelding/ plaatsing. Pas na nadere afstemming en overeenstemming met betrekking tot een plan van aanpak (handelingsplan) zal de directeur een besluit nemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.2 Stappenplan ‘Toelating-algemeen’

 

De directeur volgt bij een verzoek tot toelating- met in achtneming van de geldende uitgangspunten van de vereniging- de volgende stappen:

 

1. Een toelatingsgesprek waarin de volgende zaken aan de orde komen:

 

• De ontwikkeling van het kind

• Wanneer in het toelatingsgesprek blijkt, dat het een leerling met een LGF-indicatie betreft, wordt het protocol gevolgd dat de school hiertoe afgesproken heeft.

• Wanneer in het toelatingsgesprek blijkt dat de aanmelding een (mogelijke) zorgleerling betreft, dan zal de directeur ouders reëel voorlichten over de mogelijkheden die de school kan bieden. Bovendien zal de directeur de in zijn ogen benodigde stappen ondernemen, die er toe leiden dat de betreffende leerling een goede uitgangspositie en optimale begeleiding kan ontvangen gedurende zijn schoolperiode.

• Het onderwijsconcept en de missie en visie van de school

• Een toelichting op- en verstrekken van- de schoolgids

• Zakelijke gegevens waaronder:

• aanmeldingsformulier

• regeling besluit toelating

• informatie overblijven en opvang

 

Het verdient- zeker wanneer bekend mocht zijn dat de aanmelding een leerling met een LGF-indicatie betreft- aanbeveling van tevoren aan ouders aan te geven welke zaken aan de orde zullen komen in het toelatingsgesprek.

 

2. Rondleiding

 

3. Ouders worden binnen twee weken in kennis gesteld van het toelatingsbesluit. De formele inschrijving kan pas dan plaatsvinden, wanneer het ondertekende inschrijvingsformulier is ingeleverd en- in het geval een leerling van een andere school afkomstig is- het onderwijskundig rapport tezamen met het uitschrijvingbewijs van de vorige school is ontvangen.

 

4. De verzamelde gegevens en het aanmeldingsformulier worden bewaard in het leerling-dossier

5. Leerlinggegevens worden opgenomen in het leerlingvolgsysteem

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.3 Stappenplan ‘Toelating leerlingen met een LGF-indicatie’

 

1.3.1 Algemeen

Wanneer blijkt dat toelating verzocht wordt voor een kind met een LGF-indicatie, dan zal de directeur in het gesprek aangeven dat de procedure van toelating langer kan duren dan de gebruikelijke twee weken ten gevolge van de verplichting de LGF-indicatie-procedure te volgen. De duur van de procedure bij het bijzonder onderwijs is vastgesteld op drie maanden, maar verlenging is mogelijk. De directeur licht de schoolprocedure betreffende LGF aan de ouders toe.

 

1.3.2 Het stappenplan

 

De directeur volgt de volgende stappen:

 

1. De directeur start de procedure LGF-indicatie die op schoolniveau is vastgesteld.

 

2. De directeur formuleert- na ruggespraak met de ib-er- een voorgenomen besluit ten aanzien van plaatsing.

 

3. De directeur stelt tijdig de bovenschoolse directie gemotiveerd in kennis van het voorgenomen besluit. Daarbij geeft de directeur

• toelichting op het verzoek van ouders en op de adviezen van derden,

• stelt deze de bovenschoolse directie op de hoogte van eventuele bijzondere maatregelen,

• deelt mee dat er een handelingsplan is opgesteld en geeft eventueel aan dat er sprake is van een proefperiode
* en/ of een afgesproken convenant**.
 

4. De directeur stelt, na afstemming met de bovenschoolse directie, ouders gemotiveerd in kennis van het besluit. De directeur doet de bovenschoolse directie een afschrift van de schriftelijke motivatie en eventuele afspraken toekomen.

 

5. De bovenschoolse directie informeert het bevoegd gezag.

 

6. Op schoolniveau worden de verzamelde gegevens en het aanmeldingsformulier bewaard in het leerling-dossier

7. Leerlinggegevens worden opgenomen in leerlingvolgsysteem

 

*
Voor leerlingen met een LGF-indicatie geldt, dat vanaf de eerste dag gewerkt wordt met een handelingsplan als leidraad. In bijzondere gevallen kan bij terugplaatsing, in overleg en onder begeleiding en verantwoording van het speciaal basisonderwijs, een proefperiode worden afgesproken.
**
Ook kan met ouders ‘een convenant’ worden opgesteld, waarin wederzijds gemaakte afspraken worden vastgelegd.
 

 


 

 

 

 

 

1.4 Stappenplan ‘weigering’

 

1.4.1 Algemeen

 

Wanneer de directeur tijdens het toelatingsgesprek of in een latere afweging gronden ziet, waardoor hij volgens uitgangspunten of andere redenen, omstandigheden ziet om een leerling te weigeren, treedt de directeur in overleg met de bovenschoolse directie.

 

1.4.2 Het stappenplan

 

1. Na afstemming van de directeur met de bovenschoolse directeur stelt de bovenschoolse directie het bevoegd gezag gemotiveerd in kennis van het besluit

 

2. De directeur stelt ouders na afstemming met de bovenschoolse directie gemotiveerd mondeling op de hoogte van weigering. Tevens geeft hij aan dat ouders van dit besluit een namens het bevoegd gezag door de bovenschoolse directie ondertekende toelichting zullen ontvangen.

3. In de schriftelijke motivatie aan de ouders wordt aangegeven:

▪ Motivatie

▪ Mogelijkheid om binnen zes weken bezwaar aan te tekenen bij

het bevoegd gezag

▪ Termijn van reactie van bevoegd gezag (4 weken)

 

5. De bovenschoolse directie geeft hiervan een afschrift aan:

• De directeur

• Het bevoegd gezag.

 

1.4.3 Bezwaar

 

Wanneer ouders in beroep gaan bij het bevoegd gezag binnen de termijn van zes weken tegen een beslissing om een leerling te weigeren, volgt het bevoegd gezag de volgende stappen:

 

• Het bevoegd gezag hoort de directeur en de bovenschoolse directeur

 

• Het bevoegd gezag hoort de ouders

 

• Het bevoegd gezag maakt binnen 4 weken zijn beslissing bekend, en bericht de ouders gemotiveerd, zowel mondeling als schriftelijk. Een afschrift van de beslissing wordt ter hand gesteld aan de directeur en de bovenschoolse directeur.

 


Wanneer het een in beroep gaan van ouders tegen de weigering een leerling met LGF-indicatie betreft, is de school verplicht advies te vragen aan de Adviescommissie Toelating & Begeleiding.

 

 

 

 

 

 

 

 

1.5 Dossiervorming

 

1.5.1 Algemeen

Dossiervorming- waarbij een leerling gevolgd wordt en bijzonderheden in de schoolloopbaan worden genoteerd- is een instrument om kinderen goede begeleiding te kunnen geven. Wat bij een mondelinge overdracht tussen leerkrachten soms vergeten zou kunnen worden, of over het hoofd gezien, staat nu zwart op wit en geeft de (nieuwe of invallende) leerkracht de gelegenheid een ontwikkeling in een schoolperiode van een betreffend kind- inclusief de contacten met ouders en mogelijke incidenten die zich hebben voorgedaan- te volgen.

 

Nb.

Bij een procedure time-out, schorsing en verwijdering is dossiervorming van het grootste belang. In de dossiervorming die hieraan vooraf dient te gaan, dient ook te zijn geregistreerd welke maatregelen achtereenvolgens zijn genomen. Goede dossiervorming kan leiden tot preventie van incidenten en excessen.

 

1.5.2 De leerlingvolgkaart

 

Om goede dossiervorming te garanderen hanteren wij een leerlingvolgkaart (als voorbeeld, zie bijlage). De volgende afspraken gelden hierbij:

 

• Alle groepsleerkrachten houden een leerlingvolgkaart bij.

• De leerlingvolgkaart is vertrouwelijk.

• De leerlingvolgkaart wordt bewaard in de groeps(registratie)map

• Bij overgang wordt de leerlingvolgkaart doorgegeven aan de nieuwe groepsleerkracht

 

• Op deze leerlingvolgkaart worden de volgende zaken bondig, op datum door de groepsleerkracht aangegeven:

• Bijzondere omstandigheden

• Conflicten en incidenten en afspraken die hieruit voortvloeien of maatregelen die genomen zijn

• Bondige weergegeven verslagen van huisbezoeken

• Bondige weergegeven bijzonderheden van overige contacten, waaronder:

• Oudercontactavonden (aanwezigheid en korte inhoud gesprek)

• Informele contacten die van belang zijn in de dossiervorming

 

Bovendien wordt bondig genoteerd,

• Wanneer en waarom de leerling in een centrale leerlingbespreking besproken is

• Welke afspraken hieruit voortvloeien.

 

• Alle gegevens/ notities worden gedateerd onder vermelding van het leerjaar en voorzien van een paraaf door de leerkracht

 

• De directeur brengt de leerlingvolgkaart ter sprake in de nabespreking van een groepsbezoek.

 


• Op schoolniveau ondersteunen vastgelegde gezamenlijke afspraken en algemene disciplinaire maatregelen leerkrachten.

 

 

1.6 Stappenplan time-out

 

1.6.1 Algemeen

 

Wanneer stappen en maatregelen- zoals genoemd onder ‘algemene maatregelen’- niet hebben geleid tot verandering in gedrag, worden ouders- zo mogelijk na afstemming met de bovenschoolse directie- in kennis gesteld, dat de procedure ‘Time-out, schorsing en verwijdering’ gevolgd gaat worden. Een time-out is ook een vorm van schorsing, nl. een korte vorm van schorsing.

 

De procedure ‘time-out’, waarbij de leerling met onmiddellijke ingang de toegang tot de school voor de rest van de dag wordt geweigerd, is bedoeld om bij aanhoudend ongewijzigd ongewenst gedrag, na genomen maatregelen genoemd onder ‘algemene maatregelen’ of een- aldus door de directeur als zodanig benoemd of ervaren- ernstig incident, de schoolorganisatie [lees: de (vak)leerkracht(en), de directeur, de leerling(en), de ouder(s)] lucht te geven.

 

Ook ongeacht de afgesproken ‘algemene maatregelen’ kan bij ernstige incidenten over gegaan worden tot de ‘time-out’-maatregel.

 

Bij een procedure time-out, schorsing en verwijdering is dossiervorming van het grootste belang. In de dossiervorming die hieraan vooraf dient te gaan, dient ook te zijn geregistreerd welke maatregelen achtereenvolgens zijn genomen. Goede dossiervorming kan leiden tot preventie van incidenten en excessen.

 

1.6.2 Het stappenplan

 

Bij een time-out na een ernstig incident, gelden de volgende regels:

 

1. De betreffende leerling wordt door de directeur- zo mogelijk na ruggespraak met de bovenschoolse directie- met onmiddellijke ingang voor de rest van de dag de toegang tot de school ontzegd.

 

2. De directeur informeert de bovenschoolse directie.

 

3. De bovenschoolse directie stelt het bevoegd gezag in kennis van de maatregel.

4. Tenzij redelijke gronden zich daartegen verzetten, worden de ouders van de betrokken leerling onmiddellijk gemotiveerd op de hoogte gebracht van de time-out.

5. De time-outmaatregel kan eenmaal worden verlengd met één dag.

6. De directeur tracht zo snel mogelijk ouders te informeren omtrent de maatregel. Ouders worden op school uitgenodigd voor een informatie- en oplossingsgericht gesprek waarbij:

• de directeur (tezamen met een eventueel betrokken leerkracht), en de bovenschoolse directie of een lid van het bevoegd gezag aanwezig zijn.

• van dit incident en het gesprek een verslag wordt gemaakt, dat nadat het voor gezien is getekend door ouders- in het leerling-dossier bewaard wordt.

 

7. Het time-outformulier wordt ingevuld.

8. Een time-out kan met maximaal één dag worden verlengd. Voor zover mogelijk worden maatregelen getroffen, waardoor de voortgang van het leerproces van de leerling gewaarborgd kan blijven. Ouders zal uitdrukkelijk verzocht worden om het kind tenminste gedurende de schooltijden thuis te houden en schoolwerk te laten doen. De school zal er voor zorgdragen dat het kind het schoolwerk ontvangt.

 

Voortvloeiend uit een time-out kan een leerling geschorst worden.

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.7 Stappenplan ‘schorsing’

 

 

1.7.1 Algemeen

 

Schorsing is geen wettelijke maatregel, maar wordt gebaseerd op de Leerplichtwet art 11:

“De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting te zorgen dat de jongere de school waarop hij is ingeschreven, geregeld bezoekt, en de leerplichtige jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt alsmede de partieel leerplichtige jongere zijn vrijgesteld van de verplichting de school of de instelling geregeld te bezoeken, indien

c. de jongere bij wijze van tuchtmaatregel tijdelijk de toegang tot de school onderscheidelijke de instelling is ontzegd….”

 

Schorsing is een zwaar middel en kan alleen werken als eerdere, lichtere maatregelen niet hebben geholpen. Schorsing is een interne stap als voorbereiding op de procedure ‘verwijdering’. Schorsing wordt vrijwel uitsluitend toegepast indien er sprake is van ernstige verstoring van rust of veiligheid op school, hetgeen neerkomt op wangedrag*.

 

Schorsing is een ordemaatregel die:

• kan volgen op een time-out of

• gehanteerd wordt in een afzonderlijk geval waarbij het voorgevallen incident zo ernstig is dat dit te benoemen is als wangedrag, en de school zich genoodzaakt ziet over te gaan tot deze maatregel

 

1.7.2 De stappen in een procedure ‘schorsing’

 

De stappen die in deze procedure genomen worden, zijn de volgende:

1. De bovenschoolse directie wordt voorafgaand aan de schorsing door de directeur in kennis gesteld van de maatregel en om goedkeuring gevraagd.

 

2. De bovenschoolse directie informeert gemotiveerd het bevoegd gezag.

 

3. De directeur tracht - voorafgaand aan de schorsing - zo snel mogelijk ouders te informeren omtrent de maatregel, waarbij de ouders op school worden uitgenodigd voor een gesprek. Vooraf motiveert de directeur schriftelijk de ouders over welke voorvallen hebben geleid tot deze maatregel. Hierbij maakt de directeur gebruik van de leerlingvolgkaart en overige dossiervorming (o.a. leerlingvolgsysteem) en geeft hiermee

• een historische beschrijving van gedrag.

• een concretisering van de belasting m.b.t. onderwijskundige activiteiten, voor leerkrachten en kinderen.

• aan in welke mate anderen lijden onder het gedrag van de betrokken leerling en

• aan welke klachten zijn geuit door ouders.

 

4. De directeur en de bovenschoolse directie- eventueel tezamen met een betrokken leerkracht- zijn bij dit gesprek aanwezig. In het gesprek wordt nadrukkelijk naar oplossingsmogelijkheden gezocht, waarbij de mogelijkheden en onmogelijkheden van de opvang van het kind voor de school aan de orde komen.

 

5. Van dit incident en het gesprek wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt- nadat het voor gezien is getekend door ouders- in het leerling-dossier bewaard. In het verslag wordt tevens de tijdsduur van de schorsing vermeld.

 

6. Gedurende de schorsing wordt de leerling de toegang tot de school - alsmede het schoolterrein - ontzegd. Voor zover mogelijk worden maatregelen getroffen, waardoor de voortgang van het leerproces van de leerling gewaarborgd kan blijven. Ouders zal uitdrukkelijk verzocht worden om het kind tenminste gedurende de schooltijden thuis te houden en schoolwerk te laten doen. De school zal er voor zorgdragen dat het kind het schoolwerk ontvangt.

 

7. De ouders, inspectie en leerplichtambtenaar worden schriftelijk- gemotiveerd- op de hoogte gesteld van de schorsingsmaatregel. Een afschrift van dit schrijven wordt ter hand gesteld van het bevoegd gezag.

 

8. De directeur stelt de ouders op de hoogte van de verdere procedure, waarbij hij vermeldt dat de ouders tegen de beslissing in beroep kunnen gaan bij het bevoegd gezag van de vereniging of bij de bestuursrechter.

 

1.7.3 Bij bezwaar

 

• Bij een bezwaar beslist het bevoegd gezag binnen 14 dagen.

 

• Het bevoegd gezag stelt ouders schriftelijk- gemotiveerd- in kennis van haar besluit.

 

• Een afschrift van dit schrijven wordt ter hand gesteld van de directeur en van de bovenschoolse directeur

 

De schorsing kan 1 week duren en verlengd worden hangende de procedure van verwijdering. *

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.8 Stappenplan ‘Verwijdering’

 

1.8.1 Algemeen

Bij het zich meermalen voordoen van een ernstig incident, dat ingrijpende gevolgen heeft voor de orde, rust en veiligheid in de schoolorganisatie, kan de school op voorspraak van de directeur- na ruggespraak en overeenstemming met de bovenschoolse directie als vertegenwoordiger van het bevoegd gezag- na zorgvuldige overweging over gaan tot verwijdering van een leerling. Verwijdering van een leerling wordt alleen dan toegepast wanneer er sprake is van een onomkeerbare situatie en een onherstelbare verstoring van de relatie met de school (vereniging). Ook het herhaaldelijk ernstig wangedrag van één van de ouders/verzorgers kan uiteindelijk een reden zijn om tot verwijdering van een leerling over te gaan.

 

Wanneer

• de stappen als genoemd bij ‘algemene maatregelen’ niet hebben geleid tot verbetering van gedrag.

 

• verschillende informatieve- en oplossingsgerichte gesprekken met ouders niet hebben geleid tot veranderd gedrag.

 

• sprake is van meermalen aan te tonen inbreuk op orde, rust en veiligheid van de schoolorganisatie,

 

dan beslist de bovenschoolse directeur- als vertegenwoordiger van het bevoegd gezag- dat tot verwijdering van de leerling wordt overgegaan.

 

1.8.2 De stappen

 

• Verwijdering is een stap van het bevoegd gezag. De verwijdering van een leerling van een school is een beslissing door de bovenschoolse directie als vertegenwoordiger van het bevoegd gezag.

 

• De bovenschoolse directie tracht- hierdoor ondersteund door de directeur-voorafgaand aan de voorgenomen verwijdering- zo snel mogelijk ouders te informeren omtrent de maatregel, waarbij de ouders op school worden uitgenodigd voor een gesprek. Vooraf motiveert hij schriftelijk de ouders welke voorvallen hebben geleid tot deze maatregel. Hierbij maakt de bovenschoolse directie gebruik van de door de directeur verzamelde gegevens. In dit schrijven geeft de bovenschoolse directie:

• een historische beschrijving van gedrag.

• een concretisering van de belasting m.b.t. onderwijskundige activiteiten, voor leerkrachten en kinderen.

• aan in welke mate anderen lijden onder het gedrag van de betrokken leerling

• aan welke klachten zijn geuit door ouders.

 

• De directeur (en leerkracht) en de ouders worden gehoord over de voorgenomen verwijdering. Van dit horen wordt een verslag opgesteld dat uitgereikt wordt aan betrokkenen, waarbij ouders dit verslag voor gezien tekenen.

 

• Indien, op basis van het gesprek met ouders en het gesprek met de leerkracht, de bovenschools directeur geen andere mening is toegedaan, deelt de bovenschools directeur, namens het bevoegd gezag per aangetekende brief het besluit tot verwijdering mee. Binnen 6 weken kunnen de ouders hier bezwaar tegen maken.

 

• Mogelijkheden:

1. Ouders tekenen geen bezwaar aan. Het besluit wordt na 6 weken definitief.

2. Ouders tekenen wel bezwaar aan. Ouders worden hierover wederom

gehoord. Binnen 4 weken na ontvangst deelt het bevoegd gezag per

aangetekende brief gemotiveerd het besluit op het bezwaar mee.

Ouders leggen zich neer bij dit besluit.

3. Zie 2., maar nu leggen de ouders zich niet neer bij het besluit.

Ouders kunnen nu nog het besluit aanvechten bij de burgerlijk rechter.

 

 

1.8.3 Uitvoering van een besluit tot verwijdering

 

Uitvoering van een besluit tot verwijdering is pas mogelijk, nadat een andere basisschool of een andere school voor speciaal onderwijs is gevonden om de leerling op te nemen, of wanneer het bevoegd gezag aantoonbaar * kan maken, dat het gedurende acht weken er alles aan gedaan heeft om de leerling elders geplaatst te krijgen.

 

 

1.8.4 Overige berichtgeving

 

Verslagen worden ter kennisgeving gezonden of ter hand gesteld van:

 

• het bevoegd gezag

 

• de ambtenaar leerplichtzaken en

 

• de inspectie van het basisonderwijs

 

Afschriften worden bewaard in het leerling-dossier.

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.9 Bijlage

 

 

 

 

 

• Begrippen

• Algemene maatregelen

• Toelichting

• Formulieren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.9.1 Begrippen

 

Protocol toelating, schorsing en verwijdering

Regeling met betrekking tot toelating, schorsing en verwijdering van leerlingen

 

Vereniging

Vereniging voor PCBO Dongeradeel

Altenastreek 66

9101 BA Dokkum

 

Bovenschoolse directie

De bovenschoolse directie bestaat uit twee functies te weten een algemeen directeur en een directeur middelen en vormt het algemeen verantwoordelijk management van de scholen en de vereniging.

Algemeen directeur:

De algemeen directeur draagt de formele eindverantwoordelijkheid voor de scholen en is verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van het bestuursbeleid.

Directeur: middelen:

De directeur middelen draagt rechtstreeks onder de algemeen directeur de verantwoordelijkheid voor het personeels- en materieel beleid van VPCBO Dongeradeel.

 

directeur

De directeur als bedoeld in artikel I-Q 201, sub c en artikel IQ301 sub c van het rechtspositiebesluit Onderwijspersoneel

De naam van de directeur staat in de schoolgids vermeld

 

IB-er

Intern begeleider. De leerkracht met deze taak coördineert de zorg op schoolniveau en begeleidt en ondersteunt leerkrachten in hun begeleiding van zorgleerlingen

 

Leerplicht

Als een kind vier jaar is mag het naar school. Na inschrijving valt een kind onder de leerplichtwet. Als het kind vijf jaar is, is het kind leerplichtig. Kinderen tot zes jaar kunnen na overleg met de directeur door hun ouders- indien ouders dit noodzakelijk achten- maximaal vijf uren per week thuis houden.

 

Ouders

Onder ouders wordt ook verstaan verzorgers en/of voogd

 

WSNS

De scholen van de vereniging zijn aangesloten bij het samenwerkingsverband ‘Weer Samen Naar School’ (WSNS) noordoost Friesland. De scholen kunnen daarbij contact hebben met De Twine, een school voor speciaal onderwijs. In voorkomende gevallen kan gebruik gemaakt worden van de daar aanwezige expertise en/ of begeleiding die verkregen kan worden van de intern begeleider of andere deskundigen.

 

Zorgleerling

Het is mogelijk dat een kind op vierjarige leeftijd reeds met bepaalde instanties in aanraking is geweest, of wanneer het van een andere school komt, een speciale, eventueel individuele, leerlijn volgt of anderszins een individuele begeleiding vraagt. De directeur zal de in zijn ogen benodigde stappen ondernemen, die er toe leiden dat de betreffende leerling een goede uitgangspositie en optimale begeleiding kan ontvangen gedurende zijn schoolperiode.

 

Protocol leerlinggebonden financiering (zie ook LGF)

(invulling op schoolniveau)

 

Wisseling

Bij wisseling gaat het om een leerling die bij een andere basisschool in dezelfde plaats is aangemeld of staat ingeschreven. Bij wisseling van school meldt de schooldirecteur/ directeur het verzoek bij de bovenschoolse directie. Het verzoek tot aanmelding van een leerling zal pas in overweging genomen, wanneer er contact is geweest met de school van herkomst. De motivering die door ouders gegeven wordt, wordt schriftelijk vastgelegd door de schooldirecteur/ directeur.

 

Doorverwijzing

Leerlingen van een AZC-school worden doorverwezen naar een reguliere basisschool van de vereniging

 

Adviescommissie Toelating & Begeleiding

Commissie die bij weigering tot toelating van een leerling, of een geschil over de besteding van het leerlinggebonden budget verplicht door de school om advies gevraagd moet worden.

 

REC (Regionale Expertise Centra)

REC’s informeren en begeleiden desgewenst ouders wanneer deze voor hun kind met een handicap willen kiezen voor het regulier onderwijs. Ook bieden zij ondersteuning aan het regulier onderwijs.

 

LGF

Zie bijlage LGF

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.9.2 LGF

 

Leerlingen met een handicap die deelnemen aan het regulier onderwijs kunnen een bijzondere meerwaarde meebrengen voor de overige leerlingen. Samenwerking en leren omgaan met leerlingen met een handicap en de mogelijkheden die een dergelijke leerling heeft, kunnen leiden tot een bijzondere verrijking. Ook kunnen andere kinderen in praktisch opzicht profiteren van bijvoorbeeld een aangepaste onderwijsmethodiek.

 

1.9.2.1 Algemeen

 

Het besluit tot leerlinggebonden financiering (LGF) is ingegaan vanaf augustus 2003. In dit besluit is geregeld dat kinderen met een handicap een zogenaamde ‘rugzak’ krijgen wanneer hun ouders kiezen voor regulier onderwijs. In deze rugzak zitten middelen die het kind in staat moet stellen het regulier onderwijs te volgen.

 

Regionale Expertise Centra kunnen hierbij voor informatie en begeleiding van ouders zorgen, maar ook voor ondersteuning van reguliere scholen.

 

Basisscholen moeten om aan dit besluit te voldoen, hun beleid ten aanzien van de integratie van kinderen met een handicap vaststellen. Hiertoe inventariseert de directeur de mogelijkheden van opvang en ondersteuning. Dit schoolbeleid wordt verwoord in schoolgids en schoolplan.

 

1.9.2.2 Stappenplan LGF

 

Alle scholen hebben een ‘draaiboek’ ontvangen betreffende LGF. Hierin treft men de stappen die ouders moeten zetten als ouders leerlingen met een handicap aanmelden. Verder staat hierin beschreven, wat het betekent leerlingen met een handicap in de klas te hebben en wordt aangegeven wat de mogelijkheden zijn om extra middelen aan te vragen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.9.3 Algemene maatregelen

 

Disciplinaire maatregelen en afspraken op schoolniveau betreffende algemene orde en veiligheid en ter voorkoming van het starten tot een procedure tot time-out, schorsing en verwijdering:

 

(Dit zijn afspraken die op schoolniveau uitgewerkt zijn/ worden. Het is raadzaam hier een oplopende volgorde in te maken. Maak wel een onderscheid van niet wenselijk gedrag en maatregelen in de klas, in de gangen, en op het plein.)

 

• Maatregelen bij ongewenst gedrag in de groep

1. xx

2. x

3.  

 

 

• Maatregelen bij ongewenst gedrag in het schoolgebouw of op het schoolterrein

1. xx

2. x

3.  

 

• Maatregelen bij ongewenst gedrag buiten schooltijd
(wat doe je bij bedreigingen/ aanranding e.d. van een medeleerling/ leerkracht)

1. xx

2. x

3.  

vb Laatste stappen:

 

1. Een waarschuwend gesprek tussen directeur en leerling. De directeur informeert ouders en stelt de bovenschoolse directie op de hoogte van dit gesprek.

2. De leerling wordt in kennis gesteld dat de directeur een waarschuwend gesprek gaat voeren met de ouders. Dit gesprek is nog steeds oplossingsgericht, en beoogd wordt werkbare afspraken te maken om herhaling te voorkomen. De leerling wordt in bijzijn van zijn ouders hierover geïnformeerd. De ouders ontvangen een schriftelijk verslag waarin de afspraken van het gesprek zijn vastgelegd. Een afschrift hiervan wordt ter hand gesteld aan de bovenschoolse directie

3. De directeur kondigt, na afstemming met de bovenschoolse directie,- mondeling en schriftelijk gemotiveerd- ouders en leerling aan dat de procedure voor schorsing of verwijdering wordt gestart.

 

Hierna volgen bij ongewijzigd gedrag de stappen:

• (Time-out)

• Schorsing

• Verwijdering

 

 

 

 

 

 

1.9.4 Toelichting bij stappenplan ‘Toelating-algemeen’.

 

1.9.4.1 Aanmelding

 

Een kind kan toegelaten worden tot de basisschool vanaf de leeftijd van drie jaar en tien maanden bij wijze van schoolgewenning. Deze schoolgewenning kan plaatsvinden gedurende maximaal tien dagdelen. Ouders kunnen hiertoe met de betreffende leerkracht afspraken maken.

 

Het kind kan aangemeld worden

• Wanneer het de leeftijd bereikt van vier jaar

• Wanneer het afkomstig is van een andere basisschool, ook bij wisseling of door verwijzing

• Wanneer het afkomstig is van een school voor speciaal onderwijs, ook door terugplaatsing of met leerlinggebonden financiering

• Wanneer het doorverwezen is van een AZC of rechtstreeks uit het buitenland afkomstig is.

 

1.9.4.2 Rondleiding

 

We vinden het wenselijk dat ouders een rondleiding door de school krijgen

 

1.9.4.3 Doorverwijzing

 

Leerlingen vanuit een AZC-school kunnen geplaatst worden als:

• Het kind langer dan 1 jaar in Nederland woont en daadwerkelijk onderwijs heeft gevolgd, en er geen sprake is geweest van overmatig schoolverzuim.

• De leerling in voldoende mate de Nederlandse taal (spreken, luisteren en lezen) beheerst om het reguliere onderwijs te kunnen volgen.

• Het kind in voldoende mate zelfstandig kan werken.

• Er zich geen ernstige problemen voordoen in de sociaal- emotionele ontwikkeling.

 

Kinderen die rechtstreeks uit het buitenland komen en de Nederlandse taal niet of in onvoldoende mate beheersen worden in principe verwezen naar een AZC-school. Op gemotiveerd en dringend verzoek van de ouders om hun kind toch op de VPCBO te plaatsen zal per individueel kind gekeken worden naar de mogelijkheden van de te ontvangen school en/of ondersteuning mogelijk is.

 

1.9.4.4 Weigering

 

WPO paragraaf 4 art 63 lid 2:

Indien het bevoegd gezag van een bijzondere school op grond van artikel 40 weigert een leerling toe te laten dan wel een leerling verwijdert, maakt het een besluit daartoe, schriftelijk en met redenen omkleed, bekend door toezending of uitreiking aan ouders. Daarbij wordt tevens de inhoud van het bepaalde in het derde lid, eerste volzin, vermeld. Voordat het bevoegd gezag van een bijzondere school op grond van dat artikellid beslist tot verwijdering van een leerling, hoort het de ouders van de leerling, onverminderd het bepaalde in dat artikel.

 

De volgende factoren kunnen in principe leiden tot een weigering:

 

• Ouders maken kenbaar dat zij de grondslag van de vereniging niet erkennen.

• Ouders maken kenbaar dat zij het kind niet willen laten deelnemen aan godsdienstige vorming en/ of niet willen laten deelnemen aan vieringen

• Het effect op het onderwijs op de overige leerlingen bij toelating.

• De onvoldoende beschikbaarheid van (gekwalificeerd) personeel.

• Het gebrek aan benodigde (financiële) middelen om een adequate voorziening te treffen of voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken.

• Verstoring van orde en veiligheid op school door kinderen. (Het bevoegd gezag zal gemotiveerd aangeven waarom de overtuiging bestaat, dat het kind of de ouders de orde en rust op school, met betrekking tot geldende gedragsregels en opvangcapaciteit van de school, zal/ zullen overtreden.)

• Verstoring van orde en veiligheid op school door ouders.

 

1.9.4.5 Bezwaar

 

Wanneer ouders bezwaar maken, dient de bezwaar- en beroepprocedure in het kader van de Algemene Wet Bestuursrechtrecht WPO te worden toegepast. Naast het aantekenen van bezwaar bestaat de mogelijkheid dat ouders een spoedprocedure starten bij de rechtbank. Het bestuur zal in voorkomende gevallen zich laten ondersteunen door hen ten dienste staande juristen (Besturenraad).

 

zie ook weigering LGF-leerling
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

*In uitzonderlijke gevallen en na ampel beraad met betrokkenen kan onder strikte afspraken afgeweken worden
van het hier beschreven toelatingsbeginsel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zie bijlage

‘aanmelding’ en ‘doorverwijzing’

 

 

 

zie pag.6 stappenplan ‘leerlingen met een LGF-indicatie’

 

 

 

 

 

 

zie schoolplan en schoolgids

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zie toelichting

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zie procedure LGF

en toelichting LGF

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zie ook pag. 7 Stappenplan ‘Weigering’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zie bijlage

‘weigering’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zie bijlage algemene maatregelen

 

 

 

 

 

zie bijlage

algemene maatregelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onmiddellijke time-out kan alleen indien er opvang aanwezig is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zie bijlage

‘time-outformulier’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

* Gemotiveerd daarbij gebruik makend van de leerlingvolgkaart en dossiervorming- is het aan de directeur om- in ruggespraak met de bovenschoolse directie- een reeks van ongewenst gedrag te benoemen als wangedrag, en schorsing voor te stellen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zie bijlage

‘rechtsgang’

 

 

 

 

 

 

 

* Schorsing mag niet betekenen dat het doen van toetsen (denk aan cito-entree of eindtoetsen) wordt belemmerd. Dit vergt passende maatregelen, bijv. het wel tot de school toelaten voor het doen van de toets.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zie ook schoolgids/ schoolplan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

* Advies: leg de contacten met andere scholen schriftelijk vast.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zie gemaakte afspraken op directieniveau

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.9.5 Rechtsgang

 

Ouders die het niet eens zijn met de door de bovenschoolse directie- het bevoegd gezag vertegenwoordigend zoals beschreven staat in het directiestatuut- genomen beslissing, hebben een aantal mogelijkheden om na een bezwaarprocedure alsnog te proberen de beslissing uit naam van het bevoegd gezag ongedaan te maken.

 

Allereerst is er de mogelijkheid buiten de rechtspraak om. Het is mogelijk om een klacht bij de Klachtencommissie Primair Onderwijs in te dienen. Deze klachtencommissie spreekt geen recht, maar komt met een advies voor het bevoegd gezag. Alhoewel het een dringend advies betreft, heeft het bevoegd gezag de vrijheid dit al dan niet op te volgen.

 

De eerste rechtsmogelijkheid die ouders hebben is een procedure bij het kantongerecht. Een procedure kost tijd, maar in dergelijke situaties is er zowel voor de leerling als voor de ouders een snelle oplossing wenselijk. Vaak wordt daarom tegelijkertijd bij de arrondissementsrechtbank een kort geding procedure aangespannen om een voorlopige voorziening te verkrijgen. Deze voorlopige voorziening is een overbrugging tot het moment dat de kantonrechter een uitspraak heeft gedaan.

 

Bij het aanvragen van een voorlopige voorziening zal dan ook niet in detail op de zaak worden ingegaan, maar zal er voor dat moment met de bekende gegevens een belangenafweging worden gemaakt.

 

Als ouders die in beroep zijn gegaan bij de kantonrechter in het ongelijk worden gesteld, staan nog twee hogere beroepsgangen open:

 

1. Het in hoger beroep gaan bij de arrondissementsrechtbank

 

2. Cassatie aanvragen bij de Hoge Raad

 

Overigens:

 

NB:

Wanneer het een in beroep gaan van ouders tegen de weigering een leerling met LGF-indicatie betreft, is de school verplicht advies te vragen aan de Adviescommissie Toelating & Begeleiding. Ook bij een geschil betreffende de besteding van extra middelen is deze instantie de eerst aangewezene om te bemiddelen.

 

1.9.6 Aanmeldingsformulier

Deze is op school aanwezig.

 

 

 

 

 

Dit protocol heeft een geldigheidsduur van vier jaar en zal indien nodig eerder veranderd worden.

1.9.7 Leerlingvolgkaart (voorbeeld)

 

 

L e e r l i n g v o l g k a a r t

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

  
 
 

Naam:

 

Geboortedatum:

Dag - Maand - Jaar
 

Leerjaar: 1 1 2 2 3 3 4 4 5 5 6 6 7 7 8 8
Op deze leerlingvolgkaart worden aantekeningen verwerkt die zijn opgetekend bij besprekingen m.b.t.
zorg (z), rapport (r), oudercontacten (o) en wordt aangegeven of lang of kortdurende RT volgt.

Ook bijzonderde inbreng en/ of bijzondere voorvallen worden- evenals ‘incidenten’- kort vermeld.
Paraaf Datum Leer
jaar.
Inhoud bespreking ,inbreng, voorval of incident in hoofdlijnen z r o RT
L
RT
K
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 
                 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.9.8 Time-outformulier

 

 

 

 

 

Naam Leerling:_________________________________________ Groep:_____________

 

Datum incident: … - … - ……. Naam leerkracht:______________________________

 

Er was sprake van:

0 ongewenst gedrag tijdens lesuren

0 ongewenst gedrag in het schoolgebouw

0 ongewenst gedrag op het schoolterrein

0 ongewenst gedrag elders, te weten ___________________________________________

 

Het betreft ongewenst gedrag ten aanzien van:

0 onderwijzend personeel

0 medeleerlingen

0 Overig, te weten ___________________________________________________________

 

Korte beschrijving van het incident:
 

 

 

 

 

 

 

 

Ouders zijn gemotiveerd op de hoogte gesteld d.d. … - … -….. d.m.v.

0 Huisbezoek

0 Telefonisch contact

0 Schriftelijk contact

 

Er werd gesproken met: ______________________________________________________________

 

De volgende maatregel is genomen:

0 Time-out voor één dag 0 met verlenging

 

Datum gesprek ouders en school: … - … - …..

 

0 Het protocol is gevolgd

0 Een verslag van afspraken met leerling/ ouders is toegevoegd

 

Plaats ______________________ dd … - …- …… Handtekening ____________________

 

 

______________________________________

Naam en functie

 

1