Contact:

CBS De Wynroas

Voorweg 23

9113 PA Wouterswoude

(0511) 421013

pestprotocol

 

Pestprotocol cbs de Wynroas Wâlterswâld

 

 

 

 

 

 

cbs de Wynroas Wâlterswâld

 

 

PESTEN OP SCHOOL - HOE GA JE ER MEE OM?

 

Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem

dat wij onder ogen zien en op onze school serieus aan willen pakken.

Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden.

 

Voorwaarden

 1. Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen:

leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten

en de ouders/verzorgers.

 

 2. De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of

pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de kinderen

bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld.

 

 3. Als pesten optreedt, moeten leerkrachten (in samenwerking met de ouders)

dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.

 

 4. Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt,

moet de school beschikken over een directe aanpak.

 

 5. Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak

niet het gewenste resultaat oplevert dan kan de inschakeling van een

vertrouwenspersoon nodig zijn.

De vertrouwenspersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen

raadplegen en het bevoegd gezag adviseren.

 

Op onze school is als vertrouwenspersoon aangesteld:

 

Interne begeleider:

F. Bloemsma-Tadema, Ticeline 30, 9291JJ Kollum.

Tel. 0511-453752

 

 

 

Het probleem dat pesten heet:

De piek van het pesten ligt tussen 10 en 14 jaar, maar ook in lagere groepen

en hogere groepen wordt gepest.

Een pestproject alleen is niet voldoende om een eind te maken aan het

pestprobleem. Het is beter om het onderwerp regelmatig aan de orde te

laten komen, zodat het ook preventief kan werken.

 

Hoe willen wij hiermee omgaan?

Wij gebruiken bij ons op school de Soemokaarten. Dit is een methode voor de

sociaal-emotionele ontwikkeling. Met behulp van deze kaarten wordt de

sociaal-emotionele ontwikkeling van basisschoolkinderen op preventieve

wijze gestimuleerd. De nadruk ligt vooral op preventieve ondersteuning.

Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, rellen in een groep, aanpak

van ruzies, zorgzaamheid, zelfbeheersing, fatsoen etc. komen aan de orde.

Het voorbeeld van de leerkrachten (en thuis de ouders) is tevens van groot

belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst

over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies

niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken.

Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en de leerlingen wordt niet geaccepteerd.

Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.

Een effectieve methode om pesten te stoppen of binnen de perken te houden,

is het afspreken van regels voor de leerlingen.

 

Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:

 • Altijd een bijnaam, nooit bij de eigen naam noemen.

 • Zogenaamde leuke opmerkingen maken over een klasgenoot.

 • Een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven.

 • Briefjes doorgeven.

 • Beledigen.

 • Opmerkingen maken over kleding.

 • Isoleren.

 • Buiten school opwachten, slaan of schoppen.

 • Op weg naar huis achterna rijden.

 • Naar het huis van het slachtoffer gaan.

 • Bezittingen afpakken.

 • Schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer.

 

Deze lijst kan nog verder worden uitgebreid: je kunt het zo gek niet bedenken

of volwassenen en dus ook leerlingen hebben het bedacht.

Leerkrachten en ouders moeten daarom alert zijn op de manier waarop kinderen

met elkaar omgaan en duidelijk stelling nemen wanneer bepaalde gedragingen

hun norm overschrijden.

 

UITGANGSPUNTEN:

Een belangrijke stelregel is dat het inschakelen van de leerkracht niet wordt

opgevat als klikken. Vanaf de kleutergroepen brengen we kinderen dit al bij:

je mag niet klikken, maar…………………………………..

als je wordt gepest of als je ruzie met een ander hebt en je komt er zelf niet uit

dan mag je hulp aan de leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien als klikken.

 

Een tweede stelregel is dat een medeleerling ook de verantwoordelijkheid heeft

om het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers

verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.

 

Samenwerken zonder bemoeienissen:

School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie.

Dit neemt niet weg dat iedere partij moet waken over haar eigen grenzen.

 

Bij problemen van pesten zullen de directie, ib-er en de leerkrachten hun

verantwoordelijkheid (moeten) nemen en overleg voeren met de ouders.

 

 

REGELS DIE GELDEN IN ALLE GROEPEN:

 

(deze regels gelden op school en daarbuiten).

 

 • Doe niets bij een ander kind, wat jezelf ook niet prettig zou vinden.

 • Kom niet aan een ander als die ander dat niet wil.

 • We noemen elkaar bij de voornaam en gebruiken geen scheldwoorden.

 • Als je kwaad bent ga je niet slaan, schoppen, krabben (je komt niet aan een ander).

   Probeer eerst samen te praten. Ga anders naar de meester of de juf.

 • Niet zomaar klikken. Wel aan de juf of de meester vertellen als er iets gebeurt

   wat je niet prettig of gevaarlijk vindt.

 • Vertel de meester of de juf wanneer jezelf of iemand anders wordt gepest.

 • Blijft de pester doorgaan dan aan de juf of meester vertellen.

 

Kinderen die pesten zitten zelf in de nesten!!

 

 • Word je gepest praat er thuis ook over, je moet het niet geheim houden.

 • Uitlachen, roddelen en dingen afpakken of kinderen buitensluiten vinden we niet goed.

 • Niet aan spullen van een ander zitten.

 • Luisteren naar elkaar.

 • Iemand niet op het uiterlijk beoordelen of beoordeeld worden.

 • Nieuwe kinderen willen we goed ontvangen en opvangen.

 • Zij zijn ook welkom op onze school.

 • Opzettelijk iemand pijn doen, opwachten buiten school, achterna zitten

   om te pesten is beslist niet toegestaan.

 • Probeer ook zelf een ruzie met praten op te lossen. Na het uitpraten kunnen

   we ook weer vergeven en vergeten.

 

Of de regels van mijn juf / mijn meester:

 

 • We zijn zuinig op onze spullen en op de spullen van een ander.

 • Iedereen mag er uitzien zoals hij of zij dat wil.

 • We pakken niet zomaar iets van een ander, we vragen er om.

 • We schelden elkaar niet uit, we doen een ander geen pijn.

 • We helpen elkaar, we lachen elkaar en een ander niet uit.

 • We gaan naar de juf of meester als er wat is.

 • Iedereen mag meedoen als er wordt gespeeld.

 • We doen geen wilde, rare spelletjes waar je toch maar ruzie van krijgt.

 • We praten niet voor onze beurt en we luisteren naar elkaar.

 • We beginnen elke dag opnieuw met elkaar. We praten dan niet meer over de dingen

   die eerder misgingen.

 

TOEVOEGING:

Kinderen mogen in hun eigen groep een aanvulling geven op deze vastgestelde

schoolafspraken, in overleg met de leerkracht.Die aanvulling wordt opgesteld, door

en met de groep, dit zijn de zgn. groepsregels. Zowel schoolregels als groepsregels

zijn zichtbaar in de klas opgehangen

 

AANPAK VAN RUZIES EN PESTGEDRAG IN VIER STAPPEN:

Wanneer leerlingen ruzie met elkaar hebben en/of elkaar pesten proberen zij en wij:

STAP 1 Er eerst zelf( en samen) uit te komen.

STAP 2 Op het moment dat een van de leerlingen er niet uitkomt,

heeft deze het recht en de plicht het probleem aan de juf of

meester voor te leggen.

STAP 3 De leerkracht vraagt verheldering en probeert samen met

hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken

te maken.

STAP 4 Bij herhaaldelijk ruzie/pestgedrag houdt de leerkracht een

bestraffend gesprek met de leerling die pest/ruzie maakt.

De fases van bestraffen treden dan in werking.

 

Bij incidenten als schoppen, schelden en slaan worden kinderen

onmiddellijk naar binnen gestuurd door de pleinwacht.

Ouders worden, ter beoordeling van de leerkracht hiervan op de hoogte gebracht.

 

FASE 1

 • Een of meerdere pauzes binnen blijven:

 • Na 1e keer: naar binnen sturen. Kind moet (oeps-)formulier invullen en zeggen

   wat er is gebeurd.

 • Na 2e keer: idem + verdere hele dag binnen + daaropvolgende dag binnen blijven.

 • Na 3e keer: opschrijven + 3 dagen binnen blijven. Ouders worden geïnformeerd

   door de groepsleerkracht.

   Na elke vakantie ben je weer ‘clean’.

 • Na 4e keer: week naar binnen. Leerkracht/directeur en IB-er hebben een

   gesprek met de ouders.

 • In een kringgesprek over het voorval spreken(elkaar corrigeren)

 • Nablijven tot alle kinderen naar huis vertrokken zijn.

 • Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en

   zijn/haar rol bij het Pestprobleem.

 • Door een gesprek: bewustwording voor wat hij/zij met het gepeste kind uithaalt

 • Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen

 • De naleving van deze afspraken komen aan het einde van iedere week

   (voor een periode) in een kort gesprek aan de orde.

Wanneer er gebruik gemaakt wordt van een van de bovenstaande straffen dan

worden de ouders hiervan op de hoogte gesteld.

 

FASE 2

 • Een gesprek met de ouders als voorgaande acties op niets uitlopen

 • De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan

   het probleem te maken

 • De school heeft alle activiteiten vastgelegd op papier en de school heeft al het

   mogelijke gedaan om een einde te maken aan het pestprobleem

 • Alle teamleden zijn op de hoogte

 

FASE 3

 • Bij aanhoudend pestgedrag kan kan deskundige hulp worden

   ingeschakeld zoals de Schoolbegeleidingsdienst, de schoolarts van de GGD

   of Schoolmaatschappelijk werk

 

FASE 4

 • Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een leerling

   tijdelijk in een andere groep te plaatsen, binnen de school.

Ook het (tijdelijk) plaatsen op een andere school behoort tot de mogelijkheden

 

FASE 5

 • In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden

 

 

BEGELEIDING VAN DE GEPESTE LEERLING:

 • Medeleven tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie er wordt gepest.

 • Nagaan hoe de leerling zelf reageert, wat hij/zij doet vóór, tijdens en na het pesten.

 • Huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken.

   De leerling laten zien dat je ook op een andere manier kunt reageren.

 • Zoeken en oefenen van een andere reactie, bijvoorbeeld je niet afzonderen.

 • Het gepeste kind laten zien waarom een kind pest.

 • Nagaan welke oplossing het kind zelf wil.

 • Sterke kanten van het kind benadrukken.

 • Belonen(schouderklopje) als het kind zich anders/beter opstelt.

 • Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s).

 • Het gepeste kind niet overbeschermen, bijvoorbeeld naar school brengen of

   “ik zal het de pesters wel eens gaan vertellen”. Hiermee plaats je het gepeste kind

   juist in een uitzonderingspositie waardoor het pesten zelfs nog toe kan nemen.

 

BEGELEIDING VAN DE PESTER:

 • Praten en zoeken naar de reden van het ruzie maken/pesten (baas willen zijn,

   jaloezie, verveling, buitengesloten voelen).

 • Laten inzien wat het effect van zijn/haar gedrag is voor de gepeste.

 • Excuses aan laten bieden.

 • In laten zien welke sterke(leuke) kanten de gepeste heeft.

 • Pesten is verboden in en om de school. Wij houden ons aan deze regel: straffen

   als het kind wel pest – belonen (schouderklopje) als kind zich aan de regels houdt.

 • Kind leren niet meteen kwaad te reageren. Leren beheersen.

   De stop - eerst nadenken - houding of een andere manier van gedrag aanleren.

 • Contact tussen ouders en school, elkaar informeren en overleggen.

   Inleven in het kind; wat is de oorzaak van het pesten?

 • Zoeken van een sport of club, waar het kind kan ervaren dat contact

   met andere kinderen wel leuk kan zijn.

 • Inschakelen hulp, sociale vaardigheidstrainingen, jeugdgezondheidszorg, huisarts(GG).

 

* Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:

1. Een problematische thuissituatie.

2 Voortdurend gevoel van anonimiteit (buitengesloten voelen).

3. Voortdurend in een niet –passende rol worden gedrukt.

4. Voortdurend met elkaar de competitie aan gaan.

5. Een voortdurende strijd om macht in de klas of in de buurt.

 

ADVIEZEN AAN DE OUDERS VAN ONZE SCHOOL:

 

Ouders van gepeste kinderen:

 • Houd de communicatie met uw kind open en blijf in gesprek met uw kind.

 • Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat, probeert u contact op te

   nemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.

 • Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.

 • Door positieve stimulering en zgn. schouderklopjes kan het zelfrespect

   vergroot worden of weer terugkomen.

 • Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.

 • Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.

 

Ouders van pesters:

 • Neem het probleem van uw kind serieus.

 • Raak niet in paniek: elk kind loopt kans de pester te worden.

 • Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.

 • Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet.

 • Stimuleer het kind tot het beoefenen van een sport.

 • Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.

 • Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van school staat.

 

Alle andere ouders:

 • Neem de ouders van het gepeste kind serieus.

 • Stimuleer uw kind op een goede manier met andere kinderen om te gaan.

 • Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.

 • Geef zelf het goede voorbeeld.

 • Leer uw kind voor anderen op te komen.

 • Leer uw kind voor zichzelf op te komen.

 

DIT PESTPROTOCOL HEEFT ALS DOEL:

 "In de strijd tegen pesten hebben alle betrokkenen elkaar nodig. Iedere groep

is er bij gebaat als ouders, leerkrachten en kinderen zich onderling inzetten

voor een veilig klimaat, waarin pesten niet thuishoort. Dat vergroot ieders

weerbaarheid tegen pesten. Zo kan aan de wens van élk kind voldaan worden:

Ik wil er ook bij horen.”

 “Alle kinderen mogen zich in hun basisschoolperiode veilig voelen,

zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen”.

Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen,

als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regels

en afspraken.Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen stellen

we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan.

 

Leerkrachten , schoolcommissie en medezeggenschapsraad onderschrijven

gezamenlijk dit PESTPROTOCOL.

 

Maart 2012